Biohoekje

De snoek(baars)

De aanwezigheid van snoek is een belangrijke graadmeter voor waterkwaliteit. De soort nam de laatste tientallen jaren sterk af ingevolge de watervervuiling, waarbij zijn plaats ingenomen werd door de van oorsprong uitheemse snoekbaars (die beter om kan met troebel (en vervuild) water). Maar tegenwoordig is de snoek naar verluidt terug van weggeweest !

Met zijn torpedovormig lichaam en grote bek met scherpe tanden is het een geduchte 'toppredator' in onze wateren (en staat altijd garant voor memorabele onderwaterkiekjes). Op de menu staan andere (kleine) vissen, maar ook amfibieën, jonge watervogels en zelfs ratten. Hij heeft dus een belangrijke positie in een gezond ecosysteem. Waterplanten of al dan niet overdekte, kunstmatige constructies vormen een geliefkoosd schuiloord om nietsvermoedende, voorbijtrekkende prooien te verrassen.

Snoeken komen voor in het noordelijk halfrond waar geen (sub)tropisch klimaat heerst (o.m. bij ons dus) en kunnen tot anderhalve meter lang worden. Ze onderscheiden zich van snoekbaarzen doordat ze maar één rugvin hebben. Snoekbaarzen hebben er twee. Hun leefgebied zijn stilstaande of kalme, maar vooral heldere wateren (met veel oever- en onderwater-planten, en prooien om op te jagen natuurlijk). Hun paaitijd is in het voorjaar.

Uit: Duiken (magazine en website).

De Oosterscheldekreeft

Wat is een duik in de Oosterschelde zonder kreeft? Met zijn zwaaiende scharen, wiebelende antennes en zwarte koraaloogjes hebben vele duikers deze zeebewoner in hun hart gesloten. Hij is bovendien uniek in zijn soort en een echte survivor, voortgekomen uit de genen van de sterkste zeekreeften die de zware omstandigheden van de Oosterschelde hebben weten te trotseren. Kreeften zijn immers geleedpotigen die overal in de Europese (en andere) zeeën voorkomen. Ze krijgen het soms hard te verduren (door natuur of mens), maar bouw(d)en uit de overblijvers altijd opnieuw een hele populatie op. Ze doen ook niet moeilijk qua huisvesting; rotsen, stenen of wanden met gaten of spleten volstaan ruimschoots.

De kreeft heeft 2 grote scharen aan de voorste paar poten, die ook nog eens onderling van vorm en functie verschillen. De ene is knobbelig en wordt gebruikt om voedsel mee te (kunnen) kraken. De andere is scherper en dient om voedsel te knippen en naar de mond te brengen. Hij heeft ook 4 paar looppoten en nog eens 5 paar zwempoten onder het achterlijf. De gemiddelde lengte van een volwassen exemplaar varieert van 20 tot 60 cm.

Een kreeft gaat pas op zoek naar voedsel als de avond is gevallen. Hij eet vis, wormen, aas en andere kreeftachtigen. Zijn ogen zijn niet zo schitterend - je zou er in de voortdurend slechte Oosterschelde-omstandigheden ook niet veel aan hebben - en hij gebruikt in de plaats daarvan zijn lange antennes in combinatie met een goed reukvermogen om prooien te vinden. Om de zovel tijd vervelt hij ook en heeft meteen een nieuwe pantser, die al onder de vorige klaar zat, en alleen in het begin nog wat moet uitharden.

Kreeften maken voortdurend ruzie met elkaar, voornamelijk om voedsel uiteraard, en dan kan het er wel heftig aan toe gaan. Van tijd tot tijd sneuvelt daarbij één van hun scharen, wat niet zo erg is, want die groeien opnieuw en volledig aan. Bij deze zijn ook duikers gerustgesteld die een kreeft, die heftig tegen ongewenst vastnemen tegenspartelt, soms zo (ongewild) een schaar zien verliezen.

Het is als duiker uiteraard verboden in de Oosterschelde kreeften te vangen en mee te nemen, tenzij je daar een licentie voor hebt. Vissers zien ons begrijpelijkerwijs als ongewenste concurrenten (en in het verleden is dat conflict al aardig op de spits gedreven geworden). Wist je dat kreeften achtergelaten en mettertijd mooi begroeide vissersfuiken vaak als habitat gebruiken, samen met andere zeedieren die graag hun intrekje nemen in deze kunstmatige riffen...

Uit: Duiken (magazine en website).